Site icoon Woeltand

Zelforganisatie voor Zekerheidszoekers

Van de hockeyclub naar James Priest

Vorig jaar dreigde mijn zoon kampioen te worden met zaalhockey. Ik zag wat de impact kan zijn van een interim directieve coach op het spel van de jongens. Hij speelt in de A2 van een gerenommeerde club uit de hoofdklasse en voor deze gelegenheid mochten ze één dag de coach van A1 lenen. Ze speelden echt twee keer zo goed en effectief als de week daarvoor. Voor het eerst dat ik zo expliciet de toegevoegde waarde van een ‘manager’ op een team kon zien. En ja, ze werden vet kampioen.

In de jaren 2015 – 2020 hadden we het veel over zelfsturing en zelforganisatie. Het lijkt een cyclisch patroon: dan weer vijf jaar het accent op hiërarchie en nu weer het accent op zelfverwezenlijking. Zelf ben ik een groot voorstander van zelforganisatie, maar ik heb wel gemerkt dat het helpt dat anderen daar aan mee doen en het niet bij je eigen missionaire en eenzame opvatting blijft. Een paar observaties en waarnemingen…

Wat lezen we in deze voorbeelden:

  1. Als eerste: waarom ontkennen dat managen een vak is met toegevoegde waarde?
  2. Hoezo vullen wij voor andere in dat zij zo nodig mee moeten sturen? Er zijn best een paar voorbeelden van mensen die gewoon hun werk willen doen zonder mee te sturen.
  3. Ten derde: waarom maken we het allemaal zo ingewikkeld als het om zelforganisatie gaat? Zeker in taalfgebruik.
  4. Is de oriëntatie op zelforganisatie niet een egoïstische, vanuit de professional geredeneerde, benadering die voorbij gaat aan het belang van klanten en cliënten?
  5. Zijn degenen die het gedachtegoed prediken niet de meest ingewikkelde mensen om dit op toe te passen? Praktiseer wat je predikt, maar dan ook echt…
  6. En tot slot: wie zijn eigenlijk de mensen die zelforganisatie prediken? Zijn zij zelf wel in staat om in een team te opereren? En weten zij wel waar ze het over hebben uit eigen ervaring?

Mobiele versie afsluiten