Connectieve of protectionistische professionaliteit: de ongrijpbaarheid voorbij

In een eerdere blog stelde ik de vanzelfsprekendheid om ‘HET aan DE professional over te laten’ ter discussie en wees hierbij op het belang van de professie van de manager. Dit leidde onder andere tot een dialoog met een bestuurder in de zorg die mij wees op een artikel van Mirko Noordergraaf over ‘Protective or Connective professionalism’. Hiermee wees hij er ook op dat het niet alleen aan managers is om de verbinding te leggen tussen verschillende typen professionals, maar dat dit wel degelijk ook de verantwoordelijkheid is van de professional zelf. Terecht. Parallel logenstrafte hij ook mijn stelling dat er weinig tot niets te vinden is in wetenschappelijk onderbouwde literatuur over professionaliteit.

Beroepscode en socialisatieprocessen als schild

Door de bank genomen zijn beroepscodes, met eigen tuchtrechtspraak, een mooie beschermingswal waarachter de professional zich kan verschuilen. In mijn eigen vak als organisatie adviseur is jarenlang de discussie gevoerd of wij een resultaatverplichting aan zouden mogen gaan. Onder verwijzing naar de gedragscode was ons antwoord standaard dat wij niet meer dan een inspanningsverplichting aan konden gaan. Daarmee was de vrijblijvendheid gelegitimeerd.

In de meer gevestigde professionele beroepsgroepen zit de toetredingsdrempel in het opleidingstraject en bijbehorende socialisatieprocessen als advocaat stagiair of arts in opleiding. Door middel van permante educatie en peer reviews wordt de impact van de drempel verlengd. Hiermee ontstaat een beschermde status voor bepaalde beroepen, die overigens staat of valt met de acceptatie door klanten en de maatschappij. Daarover later meer.

Codes overstijgen organisatorische grenzen en zelfs die van de natiestaat

Voorgaande redenering is vooral van toepassing op beroepsgroepen die in eigen organisaties, zoals een advocatenmaatschap of accountancybedrijf zijn verenigd. Interessant wordt het als beschermde professionals ook werken in andere organisatorische verbanden. Een medische richtlijn kan op gespannen voet staan met het beleid van een academisch ziekenhuis. De beroepsnorm van een actuaris kan tot wrijving leiden als een verzekeraar een jaarverslag wil maken. Soms is de spanning tussen professionele en organisatorische normen geïnstitutionaliseerd in bijvoorbeeld een medische staf of een directe lijn naar bestuur of toezichthouders. Doorgaans een effectief antwoord.

Daar waar een vak minder scherp is omlijnd, wordt het ook diffuser. Interessant is bijvoorbeeld de positie van de (onafhankelijk) financieel planners, waarvan een groot aantal werkt bij een bank. Zij hebben zich te houden aan afspraken die de onafhankelijkheid van de rol borgen die verder gaan dan de zorgplicht van de bank, maar worden ook aangestuurd om aan cross selling te doen. En dan betaalt de bank ook nog vaak de contributie van de beroepsvereniging.

Om het helemaal dramatisch te maken: zelfs de overheid kan soms lastig grip krijgen op de codes die worden gehanteerd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de accountancy, waarbij Amerikaanse inzichten nog steeds de boventoon voeren.

Toenemende heterogeniteit en afnemend maatschappelijk respect: connectiviteit

De combinatie van een steeds complexer wordende maatschappij met steeds diepere specialisatie van professionals maakt dat vraagstukken steeds meer vragen om verschillende professionele invalshoeken. Bij een gemiddelde fusie zijn niet alleen accountants en fiscalisten, maar ook notarissen, mededingingsjuristen en anderen nodig. Bij ingewikkelde medische vraagstukken zijn vaak meerdere specialisten uit de 2e lijn betrokken en in toenemende mate ook uit de 1e en 3e. Op zo’n moment kunnen codes botsen en is er niet één bovenliggende.

Waar dokters en accountants vroeger op een voetstuk stonden, zijn we nu veel sneller geneigd om de positie ter discussie te stellen door te procederen. Sommige affaires, zoals Enron of Vestia, hebben ook laten zien dat professionals niet onfeilbaar zijn. Hiermee is de maatschappelijke acceptatie van de protectionistische zienswijze aan het weg ebben.

Connectieve professionaliteit vergt andere competenties

De toenemende heterogeniteit van vraagstukken en de afnemende vanzelfsprekende acceptatie van het protectionistische vragen om de vaardigheid om samen te werken en de dialoog te voeren met anders opgeleide en beschermde professionals. Samengevat: connectieve professionaliteit. Met dank aan Noordergraaf hieronder een omschrijving van het archetypisch verschil tussen beide soorten.

Het mag duidelijk zijn dat de set aan competenties van een professional een flinke boost de andere kant uit moet krijgen om invulling te kunnen geven aan het connectieve.

Bronvermelding: Mirko Noordergraaf; Protective or Connective professionalism? How connected professionals can (still) act as autonomous and authoritative experts.
In: Journal of professions and Organization, 2020 , 7, 205 – 223.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: